Over mensen gesproken

IMG_20160615_141311

Hoe invloedrijk kan een slechte, zeer armoedige start van een mensenleven zijn als dat jonge leven begint in een gebroken gezin? Hoe frustrerend kan een dergelijk soort valse start zijn, in al haar hectiek? Bij de zoektocht naar mijn wortels loop ik niet alleen tegen de feitelijke bewustwording van de gevolgen aan, maar het mondt ook uit in verwondering over mijn levensloop. Als ik op zoek ga naar de oorzaken van die verwonderlijke levensloop, komen de herinneringen van alle bijzondere voorvallen vanaf mijn derde, begin vierde levensjaar terug alsof deze gisteren plaats gevonden hebben. Mijn verstand en hart hebben die herinneringen opgeslagen alsof het een latere plicht betrof mijn moeder die eer te geven, die velen in haar leven, haar onthouden hebben. Het gezin waar ik vanaf 1932, mijn geboortejaar, deel van uit gemaakt heb bestaat uit mijn vader Hendrik van Eijck, vaak afgekort tot de roepnaam Hend, moeder Janke Folkerts-van Eijck, mijn oudere zus Annie (later Ans) en jongere broer Hendrik die vernoemd was naar mijn vader. Nu was er nóg een jongen in ons gezin, Wolter, die ik ook als een broer beschouwde, maar bij mijn naspeuringen loop ik er tegen aan dat het helemaal geen broer van mij is. Niet eens een halfbroer. Voor mij toen niet te plaatsen, had ik ook nog een zus Lientje geheten, maar die was toen al in Arnhem in betrekking, later achter kwam ik er achter, dat zij een halfzuster van mij was. Ik wist van haar bestaan af maar dat was in mijn kleuterjaren dan ook alles. Wij woonden in die tijd in Heelsum gemeente Renkum en naar mijn herinnering hadden wij aanvankelijk een vrij normaal gezin. Maar in die tijd voltrokken zich alwel veranderingen in ons gezin die verstrekkende gevolgen zouden hebben. Gedurende mijn zoektocht loop ik tegen de onbarmhartige gevolgen daarvan aan. Zodra ik mijn zoektocht start en er wat verder mee kom, komt mijn eigen leven heel nadrukkelijk in beeld alsook dat van mijn vader, moeder, broer(s) en zusters. En niet te vergeten, het overgrote deel van de familie van vaderskant. De familie van moeder was altijd al buiten beeld geweest en ik zou er onthutst achter komen waarom dat zo was. Bij het zoeken naar mijn wortels kon ik soms mijn tranen niet bedwingen. Noch mijn vader noch mijn moeder hadden het lot verdiend waar zij mee te maken hadden gekregen. Mijn familieleven zoals zich dat mijn in beleving zou voltrekken onderging ik als in een slechte droom. Vanaf mijn derde, vierde levensjaar begreep ik al snel dat mijn moeder de zorg had voor vier kinderen zonder een cent vast inkomen. De gevolgen daarvan ondervond het hele gezin dagelijks. Ik had hier wel onbestendige, negatieve gevoelens over maar concreet onderging ik alles als of het mij niet raakte. En toch, in het leven van alle dag werd ik steeds weer snoeihard met mijn neus op de feiten gedrukt. Dat moeder na de scheiding van tafel en bed in concubinaat leefde wist natuurlijk de hele familie van Eijck. Voor mij, Annie en Hendrik en Wolter had het geen andere betekenis dan dat wij in bittere armoede moesten leven. Moeder zal zelf slechts een flauw vermoeden gehad hebben van wat het nu precies inhield. Toch liep ze wel iedere dag op tegen de gevolgen er van. Een straatarm gezin als het onze leefde in schande. De belangrijkste oorzaak daarvan was de scheiding; de gevolgen daarvan onderstreepten dit alles nog eens. Moeder ontving geen alimentatie of iets wat daar op leek. Verder kwam het er op neer, dat de mensen in onze omgeving wel medelijden met ons hadden, doch dit had voor mij gevoel ook iets meewarigs. Niemand nam ons serieus, en in contacten met bijvoorbeeld het Armenbestuur, werd moeder op voorhand gewantrouwd. Er waren wel mensen die ons steunden met eten in natura maar daar mocht geen ruchtbaarheid aan gegeven worden. Niemand die ook nog maar een woord tegen ons zei. Om het schaamtegevoel zoveel mogelijk te ontlopen verhuisden wij naar Renkum. Door tussenkomst van het Armenbestuur hadden wij aan de Groeneweg de helft van een tweegezinswoning toegewezen gekregen. Het was een uitgewoond huis in een toch wel gewone nette buurt. Het Armenbestuur had moeder uitdrukkelijk op het hart gebonden, dat dit huis alleen aan ons verhuurd kon worden als de buren niets negatiefs van ons zouden ondervinden. Maar hoe wij ook ons best deden, de buren vonden ons na verloop van enige weken niets waardig. Ons nieuwe onderkomen lag wel gunstig ten opzicht van de bewaarschool waar Hendrik en ik nog naar toe gingen. Annie zat in de tweede klas van de meisjesschool die direct gelegen was naast de kleuterschool. Wolter ging naar de jongensschool die vlak bij de kerk stond.

Meer lezen

Verkrijgen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *