In de ban van meer

‘Hoe heb jij zo stom kunnen zijn?’ schalt de opgewonde stem van bedrijfsvoerder Jacob van Dam door een van de kassen van het vermeerderingsbedrijf “Chimaera” van Barend Vinken. Barend is de trotse eigenaar van een chrysantenvermeerderingsbedrijf onder Emmen. Hij moest al op jonge leeftijd de kwekerij van zijn vader overnemen toen deze vergeetachtig werd. Barends vrouw Danielle kwam bij een auto-ongeluk om het leven vlak na hun trouwdag. Omdat er geen kinderen zijn gaat Barend Vinken helemaal op in zijn bedrijf. Zijn rechterhand, Jacob van Dam, is een uitstekend vakman en een goede bedrijfsvoerder, aan wie hij veel kan overlaten. Zo ook de begeleiding van stagiaire Wiebe Freen, die het vak nog helemaal moet leren. Dat denken van Boven en Vinken te minste. Dat dit een flagrante misrekening is, komen zij beiden te laat achter. Wiebe is bijna afgestudeerde aan de opleiding voor zelfstandig kweker aan het Agrarisch Opleiding Centrum in Emmen, kortweg het AOC. Bij controle heeft van Dam gezien dat Wiebe iets fout gedaan heeft. Hij heeft een kweektafel, juist die met hun nieuwste soort, bespoten met een te hoge concentratie groeistof.

‘Je loopt lang genoeg mee om daar rekening mee te houden,’ vermaant de woedende van Dam de nalatige Wiebe.

‘Ja meneer, ik heb niet opgelet, het spijt mij,’ is op dat moment alles wat Wiebe weet te zeggen. Natuurlijk is dat stom van hem. En van Dam ziet zich genoodzaakt Vinken het verkeerd handelen te melden. Op het kantoor van Vinken zegt hij wat er gebeurd is. Er ontstaat een flinke woordenwisseling. Vinken valt naar hem uit:

‘Van Dam, hoe kon het gebeuren dat een stagiaire de hele kweektafel met chrysantenstekken van uitgerekend ons nieuwste soort, bespuit met de verkeerde concentratie groeistof? Driehonderdduizend euro naar de knoppen. En daar komen de kosten van milieuvriendelijk opruimen nog bij,’ Vinken is briesend. ‘Hoe heet die jongeman?‘

‘Die stagiaire heet Wiebe Freen,’ zegt van Dam. ‘Het zit zo, Freen had de opdracht om de kweektafel met de stekken van onze nieuwe soort chrysanten te spuiten met 0,5 % groeistof. Onder mijn toezicht heeft hij deze handelingen op andere kweektabletten al vaker uitgevoerd. Op de bijsluiter van het product staat dat een verhoging van 0,01 concentratie wel meer stek oplevert maar dan moet de luchttemperatuur 18 graden Celsius zijn bij een luchtvochtigheid van 85%. Ik vond het de moeite waard dit eens te proberen. Maar Freen meende dat er een 0,05 % hoger stond. Hij was zo geconcentreerd bezig met het instellen van de juiste luchttemperatuur en luchtvochtigheid dat hij de bijsluiter te onnauwkeurig las. Hij volgt momenteel de bovenbouw aan het Agrarisch Onderwijs Centrum in Emmen. Maar daarmee is hij nog niet bepaald een eerste klas vakman. Hij is nog een groentje’

‘Hoe kon je een dergelijke klungel nou aannemen?’ wil Vinken weten.

‘Dat heb niet ík, maar de personeelschef gedaan,’ zegt van Dam. Die overlegt met het AOC.’

Vinken blijft woedend.

‘Haal de personeelschef,’ beveelt hij van Dam op barse toon. Van Dam gaat naar het kantoor van Chris van Boven maar wie hij daar ook aantreft, geen personeelschef. Het lijkt van Dam niet verstandig om Vinken meteen te vertellen dat de personeelschef niet in zijn kantoor is. Van Dam spoed zich door de kas en spreekt Wiebe aan.

‘Door jou schuld heb ik een probleem met Vinken. Kun jij dat ook zelf rechtbreien?’ Van Dam is nog niet over zijn teleurstelling heen. ‘Vinken is nogal kwaad op mij, beter gezegd hij is woedend. Ik ben bezig de personeelschef te zoeken want die krijgt denk ik iets te horen over jouw aanstelling. Weet jij waar van Boven zit?’

‘Nee, dat weet ik niet,’ zegt Wiebe. ‘Wat ik kan doen is zelf naar de baas toe gaan en hem vertellen waarom van Boven mij aangenomen heeft.’

‘Dat lijkt mij een beetje link,’ zegt van Dam. ‘Vinken zit na dit gebeuren niet bepaald op jouw uitleg te wachten.’

‘Van Boven heeft mij gezegd dat hij mij zal voorstellen aan de heer Vinken. Dat is een goede reden om nu naar zijn kantoor te gaan.’ Nog voor van Dam het kan verhinderen is Wiebe al op weg naar de baas. Hij klopt op de deur van Vinkens kantoor en stapt naar binnen. Vinken, van Boven verwachtend, kijkt even vreemd op.

‘Hoe bent u hier binnengekomen?’ vraagt Vinken. ‘Bent u de nieuwe werknemer? Om mij te spreken kunt u zich beter eerst melden bij de personeelschef, de heer van Boven.’

‘Ik kom van de heer van Dam,’ zegt Freen, ‘ik ben de stagiaire van het AOC. Mijn naam is Wiebe Freen en ik heb met een te hoge concentratie groeistof gespoten.’ Vinken is lichtelijk overdonderd door het optreden van Freen. Hij speelt de woedende baas.

‘Zeg Freen, hoe haal jij het in je hoofd om een dergelijke stomme fout te begaan en komt dat ook nog eens doodleuk aan mij vertellen. Wie denk jij dat je bent? Als het over kennis en ervaring gaat ben jij gewoon nog een snotneus.’

‘Dat mag zo zijn meneer Vinken, de personeelschef heeft mij aangenomen, omdat ik gezegd heb vooruit te willen. Ik volg het AOC in Emmen. Ik moet nog veel leren en ik wil in uw bedrijf graag ervaring op doen. Onze vakleerkracht heeft gezegd dat iedere geslaagde ondernemer eens onderaan begonnen is en dan hangt het er maar van af hoe je zelf het vervolg aanpakt.’

Vinken denkt na. Personeel krijgen is moeilijk. Freen wegsturen zou wel eens een te haastig genomen beslissing kunnen zijn.

‘Juist gezegd Freen. Het ligt er aan hoe je een en ander aanpakt. Een fout begaan is één, maar de wijze waarop jij denkt problemen op te lossen, dat is twee. Waar woon jij eigenlijk?’ Vinken krijgt het gevoel dat van Boven het goed gezien heeft deze Freen aan te nemen. ‘En wat doet je vader voor de kost?’

‘Ik woon hier in Emmen meneer en mijn vader is vertegenwoordiger in groeistoffen en bestrijdingsmiddelen voor bedrijven zoals deze.’

‘Levert jou vader ook aan mijn bedrijf?’ vraagt Vinken.

‘Mijn vader is in dienst van Boyer in Duitsland.’

‘Ja, dan klopt het wel. Het is jouw vader die hier onder meer de groeistoffen van Boyer levert.’

‘Dat wil zeggen meneer, sinds ik hier werk niet meer. Mijn vader heeft aan Boyer gevraagd een andere vertegenwoordiger op dit bedrijf te zetten.’

‘En waarom heeft je vader dat gevraagd? Met jouw vader is toch niets mis. Ik heb in het verleden nooit klachten of andere problemen gehad met de leverantie van bijvoorbeeld de groeistoffen.’

‘Dat is goed om te horen meneer Vinken, maar mijn vader heeft er voor gezorgd dat ik hier kon solliciteren en hij wil niet de indruk wekken ergens misbruik van te maken.’

‘Dat siert hem dan,’ zegt Vinken, ‘maar hij mag gerust weer terug komen hoor. Als hier geldt; zo vader zo zoon dan ziet het er naar uit dat jij het nog ver zult brengen. Behalve die fout van vandaag dan.’ Wiebe voelt zich gevleid.

‘Mag ik weten wat jou liefhebberijen zijn?’ vraagt Vinken nog.

‘Ja, dat mag u wel weten,’ zegt Wiebe. ‘Ik wil zo gauw mogelijk de beschikking hebben over een kas of kasje. Ik doe momenteel een project binnen de bovenbouw van het AOC. In een eigen kas kan ik sneller ervaren hoe het is om zelfstandig iets te kweken.’

‘En dat noem jij een hobby Freen Ik vind dat een studieobject. Nee, ik bedoel wat jij doet voor je ontspanning?’

‘Als u dat bedoelt. Ik ga wel eens met een paar vrienden een pilsje drinken in Emmen. Ik zeg er bij dat ik niet veel cafés weet te vinden die ik nu écht gezellig vind. In bepaalde cafés hangt een geur van dealers en jonge lui die coma zuipen. Mijn kameraden vinden dat wel spannend maar mij stoort dat. Het bier smaak me echter goed hoor! Soms gaan mijn vrienden en ik naar een optreden, een avondje dansen en ik heb ook een tijdje getennist. Daar ben ik mee opgehouden sinds ik de bovenbouw volg van het AOC. En ik mag graag auto rijden. Niet dat ik daar veel tijd voor heb en geld, maar het is wel mooi om af en toe naar het autostrand te rijden.’

‘Goed ik hoor het al. Ik krijg de indruk dat jij niet in zeven sloten te gelijk zult lopen. En zo hoort dat ook. Ga weer aan je werk en kijk in het vervolg beter uit. En secuur de aanwijzingen op de verpakking lezen doe je na vandaag beter! De door jou veroorzaakte schadepost is aanzienlijk.’

‘Meneer,’ zegt Wiebe, ‘volgens mij is er een kleine kans dat de schade beperkt kan blijven.’ Zonder de reactie van Vinken af te wachten zegt hij: ‘Zoals u weet, is er een verband tussen de toegepaste concentratie groeistof en het klimaat in de kas. Ik denk dat door een lagere luchtvochtigheid het gewas sneller gaat verdampen en door de temperatuur met 1,5 graad Celsius te verhogen, de verbranding in de cellen iets omhoog gaat waardoor de groei toeneemt. De hogere concentratie groeistof wordt op die manier wellicht toch door het gewas voldoende verwerkt.’

Vinken is eerst te verbouwereerd om meteen te kunnen reageren. Dat een dergelijk jong ventje hem deels weerstaat maar ook nog een mogelijke oplossing oppert om de schade te beperken had hij eigenlijk niet verwacht. Laat ik hem een kans geven vindt Vinken. Wellicht dat hij in de praktijk zijn gelijk bewijst. Slechter kan het met de nieuwe soort niet gaan na de fout zijn fout.

‘Meld je bij van Dam en zeg hem dat ik akkoord ben met jou idee om de schade te beperken.’ Om dit te kunnen zeggen heeft Vinken wel even moeten slikken. Wiebe is weliswaar nog een groentje in de chrysantenteelt, maar langzaam ontstaat bij Vinken de gedachte dat Freen wel gevoel heeft voor het vak. Bovendien, Vinken mag deze jonge gast wel. De kat eerst nog maar eens uit de boom kijken houdt hij zichzelf voor. Wiebe Freen zou een goede, vaste medewerker kunnen worden.

2.

Wiebe snelt naar van Dam die al bezig is voorbereidingen te treffen het getroffen gedeelte te ruimen.

‘Meneer Vinken vraagt of u het er mee eens bent dat we eerst iets anders proberen voordat de hele kweektafel geruimd wordt.’ Verbaasd kijkt van Dam naar Freen. Hoe zo moeten ik eerst iets anders proberen vraagt hij zich af. Waar komt dat broekie nou weer mee aan. Freen legt aan van Dam uit hoe het probleem van de te hoge concentratie groeistof misschien op te vangen is door de temperatuur en de luchtvochtigheid opnieuw aan te passen. Van Dam staat er nogal sceptisch tegenover maar wie weet werkt het idee van Wiebe. En als de baas het wat lijkt kan van Dam er maar beter niet tegenin gaan. De temperatuur wordt op 19,5 graden Celsius gebracht en de luchtvochtigheid op 70 %.

‘Hoe lang denk je nu dat het gewas nodig heeft om voldoende hersteld te zijn om enig resultaat te laten zien?’ vraagt van Dam. Nauwelijks heeft hij die vraag gesteld of van Dam realiseert zich dat het stellen van deze vraag geen blijk geeft van eigen vakmanschaft. Wiebe denkt even na. Deze vraag had hij eigenlijk niet verwacht. In feite geeft van Dam zich een beetje bloot. Van Dam zal toch wel ongeveer weten hoeveel tijd er zal verstrijken voor er iets positiefs dan wel negatiefs aan het gewas te zien zal zijn na de aangepaste teeltmaateregelen. Wiebe denkt dat het ongeveer 3 dagen zal duren voor het gewas negatief reageert. En ongeveer 12 dagen voor het positief reageert.

‘Nou daar kan ik het wel mee eens zijn,’ merkt van Dam op. ‘Bij een negatieve reactie zal het blad eerst geel worden en sterft de stek af. Bij een positieve reactie is er vooreerst weinig te zien maar daarna zullen destekken er weer vrij goed bijstaan. Bij écht herstel zullen de jonge scheuten eerst langzaam doorgroeien en zich dan verder normaal ontwikkelen, verwacht ik.’ Van Dam is zowaar hoopvol gestemd. In de praktijk verloopt het echter heel anders. De blaadjes worden wel gelig maar vallen niet af. En heel opvallend is dat onder de leden vlak onder de blaadjes, zich hele kleine witte worteltjes ontwikkelen. Voor de praktijk ziet het er nu naar uit dat tussen twee leden ín een compleet nieuw plantje groeit. Elk stengellid heeft twee blaadjes met daaronder een begin van worteltjes. Het ziet er naar uit dat aan een stengel met vier leden ook vier nieuwe, licht gewortelde stekjes te winnen zijn. En wat blijkt, en dat is erg opvallend, dat na ongeveer tien dagen er zich niet één maar zelfs twéé jonge scheutjes aan elk goed geworteld plantje ontwikkelt. Uit elke bladoksel groeit een krachtige jonge scheut. En elke nieuwe scheut groeit weer uit tot een oogstrijp stekje. Zo kunnen er dan van elk plantje na drie weken weer twee stekjes geoogst worden. Die leveren dan onder juiste groeiomstandigheden weer de nieuwe stengeltjes, die mits met de “foute” concentratie groeistof gespoten, weer elk vier licht gewortelde stekjes leveren. Eigenlijk een revolutionaire ontwikkeling. Van stekje naar leverbaar product duurt korter, waardoor ook in tijd gemeten, de productie aanzienlijk stijgt. Kortom, de resultaten van het spuiten met de gewijzigde concentratie groeistoffen in combinatie met de daarbij behorende teeltmaatregelen zijn verbluffend. Er kan sneller en aanzienlijk meer stek gewonnen worden. Met de bij toeval nieuw ontstane  stekmethode is de stekproductie revolutionair toe genomen. Hoewel de onachtzaamheid van Wiebe Freen € 300.000 had kunnen kosten, levert de extra stekoogst per keer ongeveer tweehonderdduizend euro méér op. De bedrijfsleider past zo snel mogelijk alle teeltplannen aan. Hij maakt de productiemiddelen vrij om alles in goede banen te leiden. Van Dam was zo blij met de goede afloop van de gemaakte fout, dat hij geen tijd nam voor het vastleggen van wat tot deze revolutionaire ontwikkeling geleid had. Wiebe deed dat wel. Hij moet voor zijn opleiding een scriptie schrijven over een snijbloemencultuur en het onderwerp mag hij zelf kiezen. De enige beperking is dat het werkstuk te maken moet hebben met de teelt van een snijbloemengewas voor de internationale groeimarkt. Wiebe houdt de ontwikkelingen van het gewas, zoals de gebruikte concentratie groeistoffen en de daarbij bijbehorende aanpassingen van het kasklimaat nauwkeurig bij en wel vanaf het moment dat het “fout” ging. Ook bewaart hij alle verpakkingen van de gebruikte groeistoffen die normaal weggegooid zouden worden. Omdat het voor zijn scriptie is zegt hij niets van dat bijhouden tegen de leiding van het bedrijf “Chimaer”. Van Dam vraagt ook nergens naar want het schrijven van een scriptie is niet zijn zorg. Hij weet uit ervaring dat leerlingen verslag moeten doen van hun stagetijd, maar het is niet zíjn pakkie aan. Als Wiebe na enige maanden zijn aantekeningen verwerkt tot een samenhangend geheel krijgt hij steeds beter door dat wat er gebeurd is zeer bijzonder genoemd mag worden. De ervaringen met de aanvankelijk verkeerde concentraties groeistoffen leidden in de praktijk tot ongekende mogelijkheden. Wiebe begint een dossier aan te leggen met alles wat hij tot nu toe tegen gekomen is. Ook verzuimt hij niet zijn vader op de hoogte te houden van de ervaringen die hij opgedaan heeft met de door Boyer gemaakte groeistoffen. Hij noemt echter niet de exacte concentraties van de gebruikte groeistoffen. Vader Freen vindt het allemaal heel erg interessant en oppert het idee een kleine, maar goed geoutilleerde, kas te huren. Wiebe kan dan in zijn vrije tijd een en ander uitproberen zonder overal toestemming voor te hoeven vragen. Dit aanbod komt Wiebe erg goed uit. Zij spreken af elke zondagmorgen te praten over de resultaten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *