Gezin onder water

IMG_20160615_141615

‘Waar blijft die man van mij nou’, verzucht Dehlia Blijman, en ze ontdoet zich van haar princesschort. Het avondeten is klaar en zoals gewoonlijk kookt zij lekker en ruikt het heerlijk. Ze weet dat haar man Theo, zelden of nooit te laat is voor het avondeten. Even later ziet ze hem dan ook de oprijlaan op draaien. In de kamer omhelzen Dehlia en Theo elkaar innig. Dehlia vindt dat Theo de laatste tijd zo zorgelijk kijkt. Zij zegt:

“Theo, al weken loop je rond met een gezicht als een oorwurm. Is nu toch gebeurd waar je bang voor bent? Baan kwijt? Te weinig keukens verkocht?”

“Ach schat, over mijn baan maak ik me totaal geen zorgen.”

“Hallo, jouw antwoord doet geen recht aan mijn gedachten. Voor de draad ermee. Er is al maanden iets gaande waar je mij en de kinderen van buitensluit. Ik merk het aan je lichaamssignalen; dat liegt er niet om.” Theo beseft dat Dehlia het weer eens bij het rechte eind heeft. Hun financiële zorgen killen hem zo zachtjes aan.

‘Je fluit vrolijk’, zegt Dehlia,‘ maar je kijkt er zorgelijk bij. Waar moet ik nou de meeste aandacht aan schenken’? Ze kijkt Theo recht in de ogen. Theo:

‘Liefste, mag het alsjeblieft wat positiever, geef me nog maar eens een knuffel.’ Dehlia:

‘Mooi, maar zeg mij nu wat er aan de hand is. Je komt fluitend binnen en kijkt of onze zorgen in eens drie keer zo groot zijn geworden.’

Meer lezen

Verkrijgbaar

Over mensen gesproken

IMG_20160615_141311

Hoe invloedrijk kan een slechte, zeer armoedige start van een mensenleven zijn als dat jonge leven begint in een gebroken gezin? Hoe frustrerend kan een dergelijk soort valse start zijn, in al haar hectiek? Bij de zoektocht naar mijn wortels loop ik niet alleen tegen de feitelijke bewustwording van de gevolgen aan, maar het mondt ook uit in verwondering over mijn levensloop. Als ik op zoek ga naar de oorzaken van die verwonderlijke levensloop, komen de herinneringen van alle bijzondere voorvallen vanaf mijn derde, begin vierde levensjaar terug alsof deze gisteren plaats gevonden hebben. Mijn verstand en hart hebben die herinneringen opgeslagen alsof het een latere plicht betrof mijn moeder die eer te geven, die velen in haar leven, haar onthouden hebben. Het gezin waar ik vanaf 1932, mijn geboortejaar, deel van uit gemaakt heb bestaat uit mijn vader Hendrik van Eijck, vaak afgekort tot de roepnaam Hend, moeder Janke Folkerts-van Eijck, mijn oudere zus Annie (later Ans) en jongere broer Hendrik die vernoemd was naar mijn vader. Nu was er nóg een jongen in ons gezin, Wolter, die ik ook als een broer beschouwde, maar bij mijn naspeuringen loop ik er tegen aan dat het helemaal geen broer van mij is. Niet eens een halfbroer. Voor mij toen niet te plaatsen, had ik ook nog een zus Lientje geheten, maar die was toen al in Arnhem in betrekking, later achter kwam ik er achter, dat zij een halfzuster van mij was. Ik wist van haar bestaan af maar dat was in mijn kleuterjaren dan ook alles. Wij woonden in die tijd in Heelsum gemeente Renkum en naar mijn herinnering hadden wij aanvankelijk een vrij normaal gezin. Maar in die tijd voltrokken zich alwel veranderingen in ons gezin die verstrekkende gevolgen zouden hebben. Gedurende mijn zoektocht loop ik tegen de onbarmhartige gevolgen daarvan aan. Zodra ik mijn zoektocht start en er wat verder mee kom, komt mijn eigen leven heel nadrukkelijk in beeld alsook dat van mijn vader, moeder, broer(s) en zusters. En niet te vergeten, het overgrote deel van de familie van vaderskant. De familie van moeder was altijd al buiten beeld geweest en ik zou er onthutst achter komen waarom dat zo was. Bij het zoeken naar mijn wortels kon ik soms mijn tranen niet bedwingen. Noch mijn vader noch mijn moeder hadden het lot verdiend waar zij mee te maken hadden gekregen. Mijn familieleven zoals zich dat mijn in beleving zou voltrekken onderging ik als in een slechte droom. Vanaf mijn derde, vierde levensjaar begreep ik al snel dat mijn moeder de zorg had voor vier kinderen zonder een cent vast inkomen. De gevolgen daarvan ondervond het hele gezin dagelijks. Ik had hier wel onbestendige, negatieve gevoelens over maar concreet onderging ik alles als of het mij niet raakte. En toch, in het leven van alle dag werd ik steeds weer snoeihard met mijn neus op de feiten gedrukt. Dat moeder na de scheiding van tafel en bed in concubinaat leefde wist natuurlijk de hele familie van Eijck. Voor mij, Annie en Hendrik en Wolter had het geen andere betekenis dan dat wij in bittere armoede moesten leven. Moeder zal zelf slechts een flauw vermoeden gehad hebben van wat het nu precies inhield. Toch liep ze wel iedere dag op tegen de gevolgen er van. Een straatarm gezin als het onze leefde in schande. De belangrijkste oorzaak daarvan was de scheiding; de gevolgen daarvan onderstreepten dit alles nog eens. Moeder ontving geen alimentatie of iets wat daar op leek. Verder kwam het er op neer, dat de mensen in onze omgeving wel medelijden met ons hadden, doch dit had voor mij gevoel ook iets meewarigs. Niemand nam ons serieus, en in contacten met bijvoorbeeld het Armenbestuur, werd moeder op voorhand gewantrouwd. Er waren wel mensen die ons steunden met eten in natura maar daar mocht geen ruchtbaarheid aan gegeven worden. Niemand die ook nog maar een woord tegen ons zei. Om het schaamtegevoel zoveel mogelijk te ontlopen verhuisden wij naar Renkum. Door tussenkomst van het Armenbestuur hadden wij aan de Groeneweg de helft van een tweegezinswoning toegewezen gekregen. Het was een uitgewoond huis in een toch wel gewone nette buurt. Het Armenbestuur had moeder uitdrukkelijk op het hart gebonden, dat dit huis alleen aan ons verhuurd kon worden als de buren niets negatiefs van ons zouden ondervinden. Maar hoe wij ook ons best deden, de buren vonden ons na verloop van enige weken niets waardig. Ons nieuwe onderkomen lag wel gunstig ten opzicht van de bewaarschool waar Hendrik en ik nog naar toe gingen. Annie zat in de tweede klas van de meisjesschool die direct gelegen was naast de kleuterschool. Wolter ging naar de jongensschool die vlak bij de kerk stond.

Meer lezen

Verkrijgen

In de ban van meer

cover-in-de-ban-van-meer-page-001

‘Hoe heb jij zo stom kunnen zijn?’ schalt de opgewonde stem van bedrijfsvoerder Jacob van Dam door een van de kassen van het vermeerderingsbedrijf “Chimaera” van Barend Vinken. Barend is de trotse eigenaar van een chrysantenvermeerderingsbedrijf onder Emmen. Hij moest al op jonge leeftijd de kwekerij van zijn vader overnemen toen deze vergeetachtig werd. Barends vrouw Danielle kwam bij een auto-ongeluk om het leven vlak na hun trouwdag. Omdat er geen kinderen zijn gaat Barend Vinken helemaal op in zijn bedrijf. Zijn rechterhand, Jacob van Dam, is een uitstekend vakman en een goede bedrijfsvoerder, aan wie hij veel kan overlaten. Zo ook de begeleiding van stagiaire Wiebe Freen, die het vak nog helemaal moet leren. Dat denken van Boven en Vinken te minste. Dat dit een flagrante misrekening is, komen zij beiden te laat achter. Wiebe is bijna afgestudeerde aan de opleiding voor zelfstandig kweker aan het Agrarisch Opleiding Centrum in Emmen, kortweg het AOC. Bij controle heeft van Dam gezien dat Wiebe iets fout gedaan heeft. Hij heeft een kweektafel, juist die met hun nieuwste soort, bespoten met een te hoge concentratie groeistof.

Meer lezen

Verkrijgen

De borsten voorbij

IMG_20160615_141557

Als je nog piep bent.

Een opleiding volgen en tegelijk ook uitgebreid kennis opdoen over het fenomeen seks en welke gevolgen dat voor jou en/of anderen kan hebben, is niet altijd voor de hand liggend. Dit vereist levenskunst. Vader Andries van Beuken en zijn vrouw Anke, doen in de ‘De borsten voorbij..’ een poging hun vier kinderen iets van hun levenskunst te laten ervaren. Zij besluiten de zomervakantie door te brengen op Texel en de tijd zoveel mogelijk te besteden aan gesprekken over seksualiteit. De vier kinderen gaan hun eigen weg. Nogal eens tot teleurstelling en verbazing van hun ouders. Je staande houden te midden van leeftijdgenoten, stoere jongens en meiden die soms suggererend, een en ander in het leven zogenaamd wél ‘door’ te hebben, vraagt soms moed. De kans is groot dat mensen, bijvoorbeeld je ouders, zich met jouw seksualiteitsontwikkeling bemoeien. Zij weten uit ervaring hoe glibberig het pad van de liefde kan zijn. En die willen niet dat je op dat glibberige pad uitglijd. Kan dat dan? Het hoeft niet. Je bent daar zelf bij. Wat wel kan en ook erg verstandig is, is je gewoon laten informeren over seksaangelegenheden. Misschien is dit boek dan iets voor jou. Het is geen saai boek hoor.

Jong geweest?

De opvoeding van kinderen is onlosmakelijk verbonden met geduld en liefde als basis voor hun begeleiding. In de opvoedingspraktijk van alle dag is liefdevolle begeleiding voorwaarde voor een harmonieuze ontwikkeling van het jonge, onervaren kind. Het thema seksualiteit vervult hierbij vaak een dominerende en indringende rol. De inhoud van dit boek biedt in spannende verhaalvorm een kijkje op hoe je in gezinsverband, óók met seksualiteit om kunt gaan.

In álle opleidingen die onze maatschappij te bieden heeft komt de cursus: “Hoe voed ik mijn eigen kinderen op?”, niet voor. Het leven zelf is hierin de grote leermeester.

Wel geruggensteund dóór en vanuit de eigen opvoeding.

Er zijn er die mij vragen,
Hoe vaak of ik het doe.
‘Krik jij nog in het weekend,
Of ben je daar niet een toe?’
Dan wijs ik op mijn schooltas,
En haal mijn schouders op.
Want het meisje dat ik lief heb,
Dat is voor mij de top.
Waarom de koffer in,
met wie maar met mij wil?
Ook al wordt geroepen,
‘maar ik gebruik de pil!’
Al zou ik soms wel willen,
toch zet ik het opzij,
en denk, ‘je kunt toch wachten,’
want zij wacht ook op mij.
Mijn liefde voor mijn meisje,
die is mij alles waard.
Want lust is nog geen liefde,
dat is wat mij bezwaard.
Daarom staat op mijn schooltas,
en ik lees het telkens weer:
‘Liefde is meer, dan wippen op en neer’
Tom Oostveen

In najaar 2017 komt de Engelse versie uit. 

Meer lezen

Verkrijgbaar